
Citaat
'In het café zaten aan het tafeltje naast mij twee mannen. Een jonge man en een oudere man. Het hadden vader en zoon kunnen zijn, maar er was geen spoor van die ingestudeerde reserve, geen spoor van die druilerige irritatie die er altijd hangt tussen vader en zoon. Misschien waren ze het resultaat van een ouderlijke scheiding, was de vader maar wat graag vader nu zijn zoon echt volwassen was geworden, was de zoon maar wat graag een man in aanwezigheid van zijn vader die ten minste voor de duur van één kop koffie tegenover hem zat. Nee, waarschijnlijk was de ouder man zo'n vriend van de familie die tijdens zomerweekenden voor de kleine jongen van een gebroken gezin de vaderrol vervult; een man die zijnv erantwoordelijkheden kent, en kijk, de jongen was volwassen, de man was ouder geworden, en tussen hen heerste dat soort stilzwijgende verstandhouding, enzovoort.' (Uit: Ali Smith, Waar kort verhaal) (terug)