Thijs de Boer bespreekt Gavrilov's En de zon komt op

Anatoli Gavrilov - En de zon komt op ...


Gastbijdrage van Thijs de Boer


“Tussen de witte sneeuw door stuiven auto’s de zwarte weg uit. Een dorp langs de autosnelweg. Naast de kerk en het kerkhof een restaurant. Een limousine rijdt voor. Er komt een vrolijk gezelschap uit de auto rollen en dat verdwijnt in het restaurant. Een zwerm kraaien maakt zich los van een boom en cirkelt rond aan de winterhemel.”

(Begin van verhaal Winterlandschap)

 

Het is inderdaad even wennen die eerste keren dat je Gavrilov leest, zoals Ton Rozeman in De Groene Amsterdammer zegt. Die eerste paar keer dat je een verhaal begint en die zinnen achter elkaar leest. Elke keer ben je stiekem aan het wachten totdat het verhaal écht gaat beginnen. Je leest die eerste zinnen en dan de zinnen die erna komen en dan, wanneer je het verhaal helemaal gelezen hebt en het verhaal eigenlijk nog steeds niet echt lijkt begonnen te zijn, pas dan begin je een beetje door te krijgen wat je eigenlijk hebt gelezen. En dan ga je het verhaal nog een keer lezen. En daarna nog een keer.

 

“Het is ochtend op het moment. Een zonnige ochtend. Je hoort de stemmen van mensen en vogels. Ik heb hoofdpijn. Gisteren was ik ergens op visite.”

(Begin van verhaal Glas)

 

Die eerste zinnen die bijna altijd eerst de omgeving beschrijven. Maar ze staan daar niet zomaar als toonzetting of om een sfeer te bepalen (ook al doen ze dat ook). Wanneer je verder leest kom je erachter dat het de letterlijke waarnemingen zijn van de hoofdpersoon, in alle grilligheid en rauwheid waarin gedachten en waarnemingen tot hem komen. En zonder dat je het door hebt, heb je in die eerste zinnen al een gekleurd beeld van de wereld om de hoofdpersoon heen.

 

“Het zwarte kruis op het rode deksel van de doodkist lijkt wel een antenne. Een jongen met een stok in zijn handen zit achter een halfkale kat aan.”

(Uit En de zon komt op)

 

De verhalen van Gavrilov oordelen niet. Ze presenteren ons personages en voor heel even zien we wat zíj zien. We nemen alles waar zoals zij dat doen. We zeggen wat zij zeggen. En we denken wat zij denken. Het maakt dat het verhalen zijn waar je goed moet opletten omdat de zinnen in de verhalen, net zoals ónze gedachten en waarnemingen, rondspringen. En daar zijn de verhalen van Gavrilov op hun best. De rauwheid en het gevoel van intimiteit door deze manier van vertellen zorgen ervoor dat je in enkele pagina’s affiniteit ontwikkelt met de hoofdpersoon, ondanks het feit dat er vaak vrijwel niets gebeurt in de verhalen.

 

Maar het is ook weer niet dat er helemáál niets gebeurt in de verhalen. Maar vaak weet je pas na de laatste zin en vaak na nog een keer lezen pas waar het verhaal echt over ging. En ook hierbij is het opletten, want elke kleine gebeurtenis, hoe klein ook, kan de belangrijkste gebeurtenis in het verhaal zijn. En nu ik dit geschreven heb en het teruglees kan ik me voorstellen dat u, de lezer van dit stuk, het gevoel kan krijgen dat het misschien erg pretentieuze literatuur is allemaal. Maar dat is nou juist het aller-fijnste, want dat is het juist niet.

 

Gavrilov brengt twijfel en relativeert precies op de goede momenten en hij maakt dingen die heel even belangrijk leken vervolgens triviaal door enkele zinnen toe te voegen. Zoals bijvoorbeeld het einde van het verhaal Tan en Tsjven dat verhaalt over een vriendschap tussen twee oude vrienden.

 

“Tan was de eerste die naar de wereld van Rust en Stilte vertrok, meteen gevolgd door Tsjven. Nee, omgekeerd, eerst Tsjven, gevolgd door Tan.

Trouwens, dat doet er niet toe.”

(Einde van verhaal Tan en Tsjven)

 

Of zoals bij de zinnen na een lange monoloog van de vriend van het hoofdpersonage in het verhaal Nergens heen gaan:

 

“Ik begreep niets van zijn monoloog.

Ik begreep dat hij domweg met woorden aan het goochelen was.”

 

Door de hoofdpersoon te laten relativeren en de verschillende grillige gedachten als even belangrijk naast elkaar te zetten maakt Gavrilov verhalen die soms triviaal aanvoelen. Maar ze presenteren ons hele intieme verhalen waarbij ons even toegang wordt gegeven tot de gedachtewereld van deze personages, met al hun kleine menselijke nuances. En waar we na het lezen van elk verhaal elke keer blij zijn dat we er even bij mochten zijn. En ondanks dat de vertalingen aanvoelen als zeer goede vertalingen, zou ik soms bijna willen dat ik Russisch kon.

 

““Binnenkort is het 1 juni, wat er helemaal niets toe doet.”

(Uit De weg)

 

“Het is vandaag helemaal niet glad. Terwijl het gisteren spekglad was. Nee, eergisteren.”

(Uit Filosofie)

 

De verhalen zijn rauw en authentiek. Alsof Gavrilov maar wat doet, letterlijk zijn eigen gedachten opschrijft. Maar de volgende quote uit het verhaal Op de komst van N. geeft echter aan dat hij heus wel weet wat de impact van zijn woorden zijn en dat hij er tegelijkertijd ook heel bewust voor kiest.


“De plastic kerstboom staat een beetje scheef. Die moet ik eens recht zetten. Een scheve kerstboom kan een scheve glimlach op zijn gezicht toveren.

‘Eeuwig en altijd iets scheef bij jou’, zegt hij dan.

Ook mijn proza vindt hij scheef, en krom.

Op een keer zei hij ronduit dat ik zogezegd op zoek was naar al wat krom en scheef was, om de westerse lezer te behagen, en daar dollars en marken voor op te strijken.

Maar genoeg daarover.”

(Uit Op de komst van N.)

 

Het liefst zou ik gewoon nog meer zinnen uit de bundel hier achter elkaar zetten. Van die kleine briljante zinnen waarvoor je eigenlijk het hele verhaal nodig hebt om de zin te kunnen begrijpen. Maar misschien moet je gewoon op deze site de gratis aangeboden verhalen van Gavrilov even downloaden en uitprinten en daarna lezen. En daarna nog een keer lezen. En misschien daarna nog een keer.


(c) Thijs de Boer

ShortStory.nu, omdat korte verhalen geweldig zijn