Cees Nooteboom - 's Nachts komen de vossen

'Binnen het bestek van het korte verhaal weet Nooteboom die suggestie van duur te creëren, door een opzettelijke veronachtzaming van een intrige, door een soms fijne, vettige symboliek en door het heel precies beschrijven van levens en gevoelens die geweest zijn. Dat maakt de verhalen in 's Nachts komen de vossen ontroerend.' Arie Storm in Het Parool
'Zijn vossen komen ’s nachts, bijna als Boeddhistische priesters die je zullen vertellen dat het beter is om je bij het onvermijdelijke neer te leggen. Zijn schrijven is ook zonder hoop, want in een hiernamaals gelooft hij niet en de gedachte aan een opperwezen, dat er een stelsel van straffen en beloningen op nahoudt, is evenmin aan hem besteed.' HP/De Tijd
'Liefde en vergankelijkheid. Onder deze noemer zouden deze verhalen kunnen vallen, echter zonder de droevige toon die eerder in het werk van Nooteboom sloop. Deze bundel heeft een ongekende kracht, die ik me van zijn werk uit de jaren tachtig herinner. Opeens is er weer die vonk, opgewekt door een virtuoze manier van schrijven en een weergaloos taalspel.' Rein Swart in Literair Nederland
'Nooteboom doet het tegenovergestelde van wat Palmen in Lucifer deed. Zij gaf iedere poging tot antwoord, elk kleinste gerucht, een plaats in haar roman. Nooteboom doet juist een stap terug, toont de wond in het leven van zijn hoofdpersoon, maar weigert die verder in te vullen. Dat kun je zien als verholen kritiek op Palmen, maar volgens mij wil Nooteboom hier vooral uiting geven aan zijn eigen poëtica.' Arjen Fortuin in NRC